|
JENEVER
(door Cees Zoomer)
Wat is Jenever
Historie
Het stoken van jenever
Jeneversoorten
Wetenswaardigheden
Als
men spreekt over wijn, dan komen er beelden naar boven van zonovergoten
wijngaarden en kun je het landschap bijna ruiken.
Bij whisky dwalen de gedachten af naar een pub in een ruig landschap en voel je
de westenwind door je haar.
Maar
als men praat over jenever dan verschijnt er een beeld van oude mannen en hoor
je in gedachte de Zangeres Zonder Naam met “Ach, vader lief”
En dat is jammer, want een mooie “oude" jenever kan en mag zich meten met
een goede malt whisky of mooie wijn.
Het wordt hoog tijd om dit beeld, een erfenis van “De Blauwe Knoop”* te
veranderen in een beeld waarin onze geschiedenis weerspiegeld en waar de geur,
kleur en smaak ons meevoert naar zonovergoten graanvelden en oude herbergen waar
de wind met je haar speelt en je het haardvuur bijna kunt ruiken.
Wat is Jenever
Het meest eenvoudigste antwoord
hierop is; Jenever is een uit graan verkregen distillaat waarin jeneverbessen
zijn verwerkt.
Met de komst, rond 1900, van een nieuwe manier van distilleren en andere
grondstoffen, zoals o.a. de suikerbiet en gelijktijdig de vraag naar goedkopere
jenevers ontstond er een nieuw type en spreken we van de dag over “oude”en
“jonge” jenevers.
Het heeft dus niets te maken met leeftijd maar met de bereidingswijze.
Historie
Het zou zo kunnen zijn dat de
pestepidemie van 1347 t/m 1350 aanzet is geweest tot het ontstaat van jenever.
Alchemisten zochten naarstig naar geneesmiddelen en experimenteerde met allerlei
“aqua’s “.
Hierbij speelde ook de jeneverstruik (Juniperus Communis) een belangrijke rol.
Destijds hechtte men aan de bes een grote geneeskrachtige waarden en was het
o.a. gebruikelijk om een huis van “quade lucht” te zuiveren door takken van de
jeneverstruik te verbranden.
Een experiment met een “Aqua Vitae” (toen nog uit wijn gestookt) en
jeneverbessen kon dus niet uitblijven.
Eigenlijk zou jenever, net als drop, bij een apotheek te verkrijgbaar moeten
zijn.
top
Het stoken van jenever
Bij de traditionele wijze van stoken
worden al vanaf de zeventiende eeuw granen tot mout verwerkt.
Het graan wordt geweekt en ontkiemt.
Tijdens het ontkiemen, ontstaat er in het graan een enzym dat zorg draagt voor
het omzetten van zetmeel in suikers.
Die op hun beurt weer nodig zijn om alcohol te maken.
Daarna wordt het gedroogd, gemalen en geëest of gebrand.
Met toevoeging van water ontstaat er een beslag waar gist aan wordt toegevoegd.
Via een natuurlijk gistingsproces ontstaat er een vloeistof die driemaal wordt
gedistilleerd.
Ruwnat +/- 20%. Enkelnat +/- 30% en bestnat +/- 46% alcohol.
Deze “moutwijn” wordt daarna nogmaals gedistilleerd met allerlei toevoegingen.
De belangrijkste zijn, natuurlijk, de jeneverbessen, Angelicawortel en St.
Janskruid. In totaal heeft men een pallet van zo’n 32 verschillende kruiden tot
de beschikking. Vervolgens kan dit distillaat voor een of meerdere jaren op
eikenhouten vatten worden gelagerd.
Het kan u niet ontgaan dat we hier een grote overeenkomst zien met het stoken
van whisky.
Deze “oude”jenevers worden het best gedronken op kamertemperatuur.
Bij de nieuwe en snelle manier van stoken “jonge jenever” die rond 1900 zijn
intrede deed, gebruikt men o.a. suikerbieten en aardappelen. Hiermee ontstaat
een melasse alcohol, die van zichzelf geen smaak heeft. Ook deze neutrale
alcohol wordt nogmaals gedistilleerd met toevoeging van kruiden en/of
smaakmakers.
Deze “jonge” jenevers worden het best, koel tot zeer koel gedronken om de smaak
beter tot zijn recht te laten komen.
top
Jeneversoorten
In principe zijn er drie
soorten jenever, oude, jongen en vruchten jenever.
Jonge jenever: 35%
Gemaakt van melasse alcohol. Helder van kleur, niet gezoet en vrijwel geen
jeneverbessen en moutwijn.
Na de tweede wereld oorlog zeer populair geworden.
Oude jenever: 38%
Deze moet minimaal 15% / 20% moutwijn en jeneverbessen bevatten.
Kan één of meerdere jaren gelagerd zijn, waardoor er een licht gelige kleur
ontstaat.
Soms gekleurd met karamel (gebrande suiker)
Vruchten jenever: 20%
Door het laten trekken van vruchten op melasse alcohol ontstaan deze jenevers.
Voorbeelden zijn o.a.; (rode) bessenjenever, citroenjenever en bramenjenever.
Graanjenever: 35%, 38%
Deze term (niet wettelijk
vastgelegd) kan gebruikt worden voor zowel oude als
onge jenevers en geeft, in principe, aan dat bij de vervaardiging 100% graan is
gebruikt.
Hetzelfde geld voor de term, “dubbele graanjenever of dubbel gebeid” wat,
eveneens in principe, aangeeft dat er een dubbele hoeveelheid graan of beien (bessen)
zijn gebruikt. Maar dan moet je wel weten hoeveel graan of bessen er normaal
gebruikt zouden worden.
Moutwijn: 38%
De traditionele basis voor jenever, verkregen na driemaal distilleren.
Wordt als zodanig op de markt gebracht en laat zich het best vergelijken met een
Eau de vie.
Moutwijnjenever: 38%
De traditionele basis voor jenever, verkregen na driemaal distilleren.
Daarna wordt het voor de vierde keer gedistilleerd met toevoeging van
jeneverbessen in combinatie met andere kruiden en wordt minimaal voor een jaar
of langere tijd gelagerd.
Ieder producent zal hier zijn eigen signatuur aan meegeven.
Korenwijn: 38%
Is afgeleid van de moutwijn, die hiervoor als basis dient en waarvan minimaal
51% aanwezig moet zijn. De meeste korenwijnen worden minimaal een jaar of voor
langer gelagerd. Ook hier zal ieder producent zijn eigen signatuur aan meegeven.
Naast de gebruikelijke gerst maakt men ook gebruik van rogge, mais en spelt (een
oud graanras)
De alcohol percentages hier gegeven worden door de Nederlandse overheid als
wenselijk geacht.
Dit, omdat jenever de enige alcoholische drank is waarbinnen de Europese Unie
nog steeds niets is vastgelegd aan welke eisen hij moet voldoen.
De overheid van onze Belgische buren hanteren een percentage van 30% terwijl die
bij ons, voor de jonge jenever, op 35% ligt en bij oude jenever op 38%.
Alleen wij kennen het onderscheid “oud en jong”
Maar onze Belgische buren spreken over jenevers (Peket) en belegen (gelagerde)
jenevers.
De twee overgebleven stokerijen in Noord Frankrijk spreken eveneens over
jenevers en gelagerde jenevers.
Door het ontbreken van deze wettelijke bepalingen maken wij dus kennis met een
rijke variatie aan jenever waarbij het alcoholpercentage ligt tussen de 30% en
50% en waardoor de smaak zeer divers is.
Die smaak variatie zal er trouwens in de zeventiende eeuw ook al geweest zijn.
Men kan rustig aannemen dat een jenever uit; Weesp, Amsterdam, Alkmaar,
Delfshaven, Delft, Gouda, Dordrecht, Leiden, Gorinchem, Schiedam, Rotterdam en
Groningen totaal verschilde van smaak, al was het alleen al omdat er ander water
gebruikt werd en omdat het alcoholpercentage in die tijd ook een stuk lager was;
namelijk; 10%, 15% en 20%
top
Wetenswaardigheden
Weet U dat; zowel de Belgische als
de Franse producenten een jenever op de markt brengen onder de naam “Schiedamse
jenever”
Men was, in de top dagen van deze jeneverstad, zo verheugd over de
kwaliteit die hier vandaan kwam, dat men persé die zelfde kwaliteit op de markt
wilde zetten.
Hetzelfde is gebeurd met de Belgische stad Hasselt (hier zou een producent
kunnen besluiten om een Hasseltse jenever op de markt te brengen)
De naam van deze beide jeneversteden staat dus al heel lang garant voor een goed
product.
Weet U dat; Sinterklaas de patroon is van o.a. de jeneverstokers ?? !
|